| 1638-1715 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Koning van Frankrijk | ||||||
|
||||||
| Hertog van Luxemburg | ||||||
|
||||||
|
Lodewijk XIV, Frans: Louis XIV (Saint-Germain-en-Laye, 5 september 1638 – kasteel van Versailles, 1 september 1715), bijgenaamd de Zonnekoning (le Roi Soleil) of ook wel de Grote (le Grand), was vanaf 14 mei 1643 formeel koning van Frankrijk; in 1661 nam hij de macht over van zijn moeder die regentes was geweest. Tot zijn dood zette hij 54 jaar lang een sterk persoonlijk stempel op de Franse binnen- en buitenlandse politiek; de absolute monarchie bereikte in zijn regeerperiode zijn hoogtepunt.
Inhoud |
bewerk Biografie
Lodewijks geboorte kwam als een verrassing omdat zijn ouders, Lodewijk XIII en Anna van Oostenrijk, al meer dan twintig jaar getrouwd waren en tot dan toe geen kinderen hadden gekregen.
Toen zijn vader overleed, was Lodewijk pas vijf jaar oud. Frankrijk werd feitelijk geregeerd door Kardinaal Mazarin en Lodewijk's moeder als regentes, tot Mazarin's dood in 1661. De jonge Lodewijk had zeer veel respect voor Mazarin, vooral omdat deze erin slaagde de opstand van de Franse adel die bekend is geworden als La Fronde (1648-1653) te onderdrukken.
Lodewijk was intellectueel niet bijzonder begaafd ("un élève médiocre"), maar had wel veel energie en charisma. Hij verstond de kunst van het imponeren, niet alleen met militaire middelen, maar ook met een indrukwekkende hofhouding in het door hen enorm uitgebreide Paleis van Versailles. Daarnaast stimuleerde hij kunsten en wetenschappen. Al jong ging hij mee op veldtochten van zijn legers, iets dat hij tot na zijn vijftigste bleef doen. Zijn eetlust en zijn behoefte aan maîtresses waren legendarisch. Als machtspoliticus was hij bovendien zeer bekwaam. In de geest van Machiavelli liet hij zich weinig gelegen liggen aan morele overwegingen en hij kon privé en politiek goed gescheiden houden. Op zijn sterfbed biechtte hij toch nog één grote zonde op: "J'aimais trop la guerre" (dat hij teveel van oorlog had gehouden).
Na een heftige, maar platonische affaire te hebben gehad met de nicht van Kardinaal Mazarin, Maria Mancini, sloot Lodewijk XIV in 1660 een typisch verstandshuwelijk met Maria-Theresia van Spanje, dat bedoeld was om de relatie met Spanje te verbeteren, maar zij werd bepaald niet met open armen ontvangen. Toen zij in Parijs arriveerde met een enorm gevolg, was Lodewijk er niet eens om haar te ontvangen. Toen uitbetaling van de bijbehorende bruidsschat achterwege bleef, eiste Lodewijk de Spaanse Nederlanden op als genoegdoening. Dit leidde tot zijn eerste grote oorlog, de Devolutieoorlog, die duurde van mei 1667 tot mei 1668, waarbij uiteindelijk maar een klein deel van de beoogde veroveringen gerealiseerd werd.
Aan Maria Theresia heeft hij zelden persoonlijke aandacht geschonken. Niettemin baarde zij hem zes kinderen. Behalve de kroonprins overleden deze allemaal al op jonge leeftijd. Maria-Theresia was een weinig aantrekkelijke vrouw en Lodewijk had dan ook al voor haar dood in 1683 kortere en langere relaties met vele andere vrouwen, onder wie de dochter van Karel I van Engeland, Henriëtte, met Louise de La Vallière en met Madame de Montespan, die hem maar liefst zeven kinderen schonk.
Na zijn breuk in 1680 met Madame de Montespan omdat zij te ver was gegaan met haar intriges, kreeg de koning een relatie met Madame de Maintenon, een vrome katholieke en intelligente vrouw, die aan het hof was gekomen als het kindermeisje van Montespans kinderen. Zij bracht Lodewijk wat meer religieus besef bij. Na de dood van de Maria-Theresia in 1683 trouwde hij met haar.
Lodewijk XIV werd opgevolgd door zijn achterkleinzoon Lodewijk XV, voor wie eerst een regent optrad. Zijn eigen zoon en kleinzoon waren ondertussen namelijk al gestorven (hij had er dan ook al een bijzonder lange regeerperiode op zitten). Zijn laatste zin is legendarisch; hij antwoordde de treurende hovelingen rondom hem:
- Dacht je dat ik onsterfelijk ben?
Na zijn overlijden werd Lodewijk bijgezet in de familiegrafkelder in de kathedraal van Saint-Denis bij Parijs. Lang heeft hij daar niet gerust: tijdens de Franse Revolutie werd de grafkelder opengebroken en de lichamen van de Franse koningen werden uit hun kisten gehaald en tentoongesteld voor het volk. De mummie van Lodewijk werd vernield en uiteindelijk buiten de kerk in een massagraf op het kerkhof gegooid. Na de Restauratie werden de resten van de Franse koningen opgegraven en in een verzamelgraf in de kerk opnieuw ingemetseld.
bewerk Politiek
Toen Lodewijk XIV in 1661 zelf ging regeren, riep hij zichzelf uit tot koning bij de gratie van God, plaatsvervanger van God op aarde; dit is het zogenaamde Droit Divin. Lodewijk meende dat de koning boven de wet stond. Om dit te verklaren gebruikte hij ideeën van het Romeinse recht, waarin dat vorstelijk absolutisme religieus verantwoord werd. Onder de absolute vorst had het Franse parlement, de Staten-Generaal, in feite geen macht en ook de ministers stonden volledig onder zijn gezag. Vermoedelijk heeft de traumatische ervaring van la Fronde hierin een belangrijke rol gespeeld: Lodewijk wilde voorkomen dat anderen ooit zo veel macht zou kunnen krijgen dat zij de rust in het koninkrijk konden bedreigen. Om zijn absolute macht in veiligheid te stellen probeerde Lodewijk de adel, zijn voornaamste machtsconcurrent, uit te schakelen. Dit deed hij door hen zo vaak uit te nodigen in zijn kasteel van Versailles, dat ze er als het ware gevangen zaten. Wie ook maar één keer niet kwam opdagen, werd niet meer uitgenodigd en viel uit de gratie bij de koning. Bovendien stelde Lodewijk burgers aan als ambtenaren in plaats van mensen van adel, omdat die anders naar meer macht konden beginnen streven. Aan Lodewijk XIV wordt wel de uitspraak "L'état, c'est Moi" ("De Staat, dat ben Ik") toegeschreven, maar dat is historisch niet juist. Historici denken dat het hoogstwaarschijnlijk een uitspraak is van politieke tegenstanders om de situatie van absolute heerschappij goed weer te geven.
Het eerste deel van zijn regeerperiode werd hij gezien als een heel goede koning, die Frankrijk vooruit hielp op allerlei vlakken. Tijdens de Hollandse Oorlog, die voor de Republiek begon met het Rampjaar (1672), bereikte hij het hoogtepunt van zijn macht, mede dankzij zijn bekwame ministers Jean-Baptiste Colbert (financiën en handel) en de markies de Louvois (defensie). Aan het eind deze oorlog in 1678 lijfde hij de Franche-Comté in en speelde hij voor scheidsrechter tussen andere Europese mogendheden bij de Vrede van Nijmegen in 1678. Rond 1681 veroverde hij de Elzas en in 1683 en 1684 had hij succes met de veroveringen van een deel van de Spaanse Nederlanden. Lodewijk had zich ondertussen in heel Europa wel de status van de grote boeman verworven, waartegen steeds succesvollere coalities gesmeed zouden worden. Een hoofdrol hierin speelde Stadhouder Willem III, die aan de macht was gekomen in 1672, vooral wegens de Franse invasie het Rampjaar genoemd. De laatste 25 jaar van zijn regering liepen de zaken daarom heel wat minder. De Negenjarige Oorlog (1688-1697) barstte los, 'alleen maar' omdat Lodewijk zich bemoeide met de opvolging van de bisschop van Keulen, die ook keurvorst van het Heilige Roomse Rijk was. De Liga van Augsburg tegen Frankrijk kreeg hierdoor vaste vorm; deze bestond uit maar liefst zeven mogendheden, waarvan drie protestants en vier katholiek. Hieruit blijkt dat het beteugelen van de Franse hegemonie in Europa de hoogste prioriteit had gekregen. Er werden vooral in de Zuidelijke Nederlanden en in het Duitse Rijnland geweldige verwoestingen aangericht. De afloop, vastgelegd als de Vrede van Rijswijk, werd als een gelijkspel beschouwd, dat zowel volgens Frankrijk als haar vijanden een vervolg eiste. Vooral in de Spaanse Successieoorlog (1701-1713) leed Frankrijk vanaf 1704 een aantal zware nederlagen in veldslagen, wat het sinds 1643 niet meer gewend was. Het Franse hoofddoel van die oorlog, het verenigen van de Spaanse en Franse kroon, werd niet bereikt. Alle oorlogvoerenden waren uitgeput. Frankrijks tegenstanders, die bij vereniging van Frankrijk en Spanje een geheel onbeheersbare hegemonie van Frankrijk voorzagen, waren daarmee enigszins tevreden. Het in 1707 verenigde Koninkrijk van Groot-Brittannië was nog het minst tevreden; het had zich tot belangrijkste rivaal van Frankrijk ontwikkeld, mede door het voortschrijdende verval van Spanje en het beginnende verval van de Nederlandse Republiek.
De luxe van Versailles stak schril af tegen de situatie van het volk, waardoor aan het eind van zijn bewind het gevoel overheerste dat Lodewijk te ver was gegaan in het gebruiken van land en volk voor zijn persoonlijke eerzucht. Overigens was Frankrijk nog niet zo uitgeput als Spanje aan het eind van het bewind van Filips II. Het had een grotere veerkracht en zou nog tot ver in de 19e eeuw een voortdurende bron van zorg voor andere Europese mogendheden blijven.
Lodewijks minister Colbert slaagde er door middel van zijn politiek van het mercantilisme in de economische slagkracht van Frankrijk aanzienlijk te verbeteren ten opzichte van de twee belangrijkste concurrenten, Groot-Brittannië en de Nederlanden, destijds een machtige handelsnatie. Desalniettemin leidden de dure hofhouding (zie onder) en de vele oorlogen tot grote financiële problemen, zeker na Colberts dood in 1683.
Een belangrijk besluit van Lodewijk XIV was het herroepen van het Edict van Nantes in 1685, waardoor veel Hugenoten o.a. naar Nederland vluchtten.
Samenvattend kan gesteld worden dat Lodewijks absolutistische manier van regeren niet alleen maar negatieve gevolgen had. De hoge belastingdruk en de militaire nederlagen waren voor Frankrijk toen nog wel overkomelijk, maar Lodewijk werd in eerste instantie opgevolgd door een regent en daarna door twee veel minder sterke koningen; 74 jaar na zijn dood zou het Ancien Régime bij de Franse Revolutie instorten.
bewerk Kunst
Lodewijk meende als absolute monarch dat hij zich ook intensief en inhoudelijk met cultuur moest bemoeien. In dit kader richtte hij de Koninklijke Academie voor Beeldhouw- en Schilderkunst op. Hij was zelf een geschoold danser. In die tijd zijn de uitdraai en de vijf basisposities van het klassieke ballet ontwikkeld. Dit zijn onnatuurlijke houdingen. Behalve dat het lenigheid vereist om de benen hoog op te tillen, staat dit ook symbool voor iets diepers: men wilde laten zien dat men de natuur naar eigen hand kon zetten.
Alles moest dienen tot meerdere glorie van hemzelf; zo liet hij zijn minister van Financiën Nicolas Fouquet in 1661 arresteren en verbannen, omdat diens nieuwe kasteel en diens gouden schalen te mooi zouden zijn. Hij duldde geen tegenspraak op het gebied van kunst en cultuur. Hij drukte een groot cultureel stempel op het Europa van de 17de eeuw, dat van de Lodewijk XIV-stijl in het bijzonder en van de Franse Barok in het algemeen; het was de gouden eeuw van Frankrijk. Vele talenten liet hij naar Versailles komen, o.a. André le Nôtre, Charles Le Brun, Jules Hardouin-Mansart, Molière, Jean-Baptiste Lully, Hyacinthe Rigaud, Jean Racine.
bewerk Kinderen
bewerk wettige nakomelingen
In 1660 trouwde Lodewijk XIV met Maria-Theresia van Spanje (1638-1683), bij wie hij zes kinderen kreeg:
- Lodewijk (1 november 1661 - 14 april 1711), beter bekend als le Grand Dauphin.
- Anne-Élisabeth (18 november 1662 - 30 december 1662).
- Marie-Anne (16 november 1664 - 26 december 1664).
- Marie-Thérèse (2 januari 1667 - 1 maart 1672), la Petite Madame.
- Filips-Karel (5 augustus 1668 - 10 juli 1671), hertog van Anjou.
- Lodewijk-Frans (14 juni 1672 - 4 november 1672), hertog van Anjou.
bewerk Buitenechtelijke kinderen
Lodewijk XIV had ook vele verschillende kinderen bij meerdere maîtresses, waaronder vier bij Louise de La Vallière:
- Karel (19 november 1663 - 1665)
- Filips (7 januari 1665 - 1666)
- Marie Anne (2 oktober 1666 - 3 mei 1739), mademoiselle de Blois, huwde Lodewijk Armand de Bourbon, Prins van Condé.
- Lodewijk (3 oktober 1667 - 1683), comte de Vermandois.
Zeven kinderen bij Madame de Montespan:
- Louise Françoise (1669 - 1672)
- Lodewijk Auguste (31 maart 1670 - 14 mei 1736), graaf van Eu en hertog van Maine.
- Lodewijk César (1672 - 10 januari 1683), graaf van Vexin
- Louise Françoise (1 juni 1673 - 16 juni 1743), gehuwd met Lodewijk III, prins van Condé.
- Louise Marie Anne (12 november 1674 - 15 september 1681)
- Françoise Marie (25 mei 1677 – 1 februari 1749), gehuwd met Filips II, hertog van Orléans en zoon van Filips I van Orléans.
- Lodewijk Alexander (6 juni 1678 - 1 december 1737), hertog van Toulouse
Lodewijk had ook een kind bij Marie Angélique de Scoraille de Roussille:
- Een zoon (1679).
In 1684 hertrouwde Lodewijk na de dood van koningin Maria Theresia met Françoise de Maintenon. Uit dit huwelijk kwamen geen kinderen voort.
bewerk Multimedia
- Musical Le Roi Soleil: In 2005 werd in Frankrijk de musical "Le Roi Soleil" geschreven die twee jaar lang door Frankrijk trok en een enorm succes was. In deze musical wordt gefocust op de periode tussen de opstand ('La Fronde') en zijn huwelijk met Madame de Maintenon.
- Film Le Roi Danse (2002): Deze film van de bekende cineast Gérard Corbiau focust op het danstalent van de jonge Lodewijk.
bewerk Externe link
Huis Capet: Hugo Capet • Robert II • Hendrik I • Filips I • Lodewijk VI • Lodewijk VII • Filips II • Lodewijk VIII • Lodewijk IX • Filips III • Filips IV • Lodewijk X • Jan I • Filips V • Karel IV
Huis Valois: Filips VI • Jan II • Karel V • Karel VI • Karel VII • Lodewijk XI • Karel VIII • Lodewijk XII • Frans I • Hendrik II • Frans II • Karel IX • Hendrik III
Huis Bourbon: Hendrik IV • Lodewijk XIII • Lodewijk XIV • Lodewijk XV • Lodewijk XVI
Eerste Franse Keizerrijk: Napoleon I
Eerste restauratie Bourbon: Lodewijk XVIII
Honderd Dagen: Napoleon I • Napoleon II
Tweede restauratie Bourbon: Lodewijk XVIII • Karel X
Julimonarchie: Lodewijk Filips I
Tweede Franse Keizerrijk: Napoleon III
| Bronnen, noten en/of referenties: |
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Louis XIV of France op Wikimedia Commons. |
