Wikipedia:Etalage
Dit artikel is voorgedragen als etalageartikel. Heb je een mening over dit artikel, stem dan mee.
Koninkrijk België
Royaume de Belgique
Königreich Belgien


(Details)


(Details)

Basisgegevens
Officiële landstaal: Nederlands, Frans en Duits[1]
Hoofdstad: Brussel
Regeringsvorm: Federale monarchie (Koninkrijk)
Religie: rooms-katholiek, 6 andere erkende religies[2]
Oppervlakte: 30.528 km² [3] (6,2% water)
Inwoners: 10.296.350 (2001[4])
10.666.866 (2008[5]) (349,4/km² (2008))
Overige
Motto: "Eendracht maakt macht" [6]
"L'union fait la force"
"Einigkeit macht stark"
Volkslied: Brabançonne
Munteenheid: euro (EUR)
UTC: +1 (zomer +2)
Nationale feestdag: 21 juli
Web | Code | Tel. .be | BEL | 32
Voorgaande staten
↠Verenigd Koninkrijk der Nederlanden 1830 (Belgische Revolutie)
Topografie


Portaal:Portalenoverzicht
Portaal België

Portaal:Landen & Volken
  Landen & Volken
Geschiedenis van België
..Naar voormalige koloniën

België, officieel Het Koninkrijk België (Frans: Le Royaume de Belgique, Duits: Das Königreich Belgien) is een Europese staat begrensd door de Noordzee in het westen, Nederland in het noorden, Duitsland in het oosten, Luxemburg in het zuidoosten en Frankrijk in het zuiden.

De naam "Belgae" werd voor het eerst vermeld door Julius Caesar, maar België werd pas in 1830 een onafhankelijk land na afscheiding van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

België telt 10,666 miljoen inwoners en bezit een hoge bevolkingsdichtheid van 349 inwoners per vierkante kilometer. Zestig procent van de Belgen is Nederlandstalig, veertig procent is Franstalig, 74.000 Belgen spreken Duits als moedertaal.

Het federale België bestaat uit drie gemeenschappen: de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap. België is verdeeld in drie gewesten: het Vlaams Gewest met Nederlandstaligen, het Waals Gewest met Franstaligen en Duitstaligen en het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar het Nederlands en het Frans wettelijk gelijkwaardig zijn.

De grootste stad en hoofdstad van België is Brussel. De stad is tegelijk ook de hoofdstad van Vlaanderen en van de Franse Gemeenschap en het bestuurlijk centrum van de Europese Unie.

De belangrijkste economische activiteit in België bestond vroeger vooral uit zware industrie rond de steenkoolmijnen in Wallonië, maar is inmiddels verlegd naar industrie rond de havens in Vlaanderen en diensten in Brussel.

Inhoud

Aardrijkskunde

De Semois in de Ardennen, bij Bouillon
Zie ook het hoofdartikel Geografie van België en de lijst van rivieren in België.

Fysische geografie

Het gebied van België bestaat uit twee delen: laagland, dat behoort tot de kustvlakte van de Noordzee in het noorden; en het plateau van de Ardennen in het zuiden. Deze tweedeling heeft een geologische oorsprong. In de Ardennen liggen harde gesteenten van hoge ouderdom (Paleozoïcum) aan het oppervlak, waarin rivieren zich diep hebben ingesneden. In Vlaanderen bestaat de ondiepe ondergrond net als in Nederland en grote delen van Noord-Duitsland uit ongeconsolideerde sedimentaire gesteenten uit het Tertiair en Kwartair. In Vlaanderen was de bodem op vele plaatsen vroeger moerassig, maar hij is door de mens tot wateringen gedraineerd.

Satellietfoto van de Schelde met de haven van Antwerpen.

De rivieren Maas, Schelde, IJzer hebben een groot deel van hun stroomgebied in België liggen. In het uiterste oosten van het land ligt ook een klein gebied dat toebehoort aan het stroomgebied van de Rijn, in het zuiden van de provincie Henegouwen een gebied dat tot het stroomgebied van de Seine behoort en in de provincie Luxemburg een gebied dat onder het stroomgebied van de Moezel valt.


Statistieken

Het signaal van Botrange, België's hoogste punt, op 694 meter

België is met 349 inwoners per vierkante kilometer één van de dichtstbevolkte landen in Europa. Dit gaat nog meer op voor Vlaanderen, dat 60 procent van de bevolking bevat op 40 procent van de oppervlakte. De totale landoppervlakte bedraagt 30.528 km², waarmee België een kwart kleiner is dan Nederland en iets groter dan Lesotho en Armenië. Volgens het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen beslaat het Belgisch territorium 33.990 km², maar daarin tellen de Belgische territoriale wateren tot 12 zeemijlen in de Noordzee mee.

België grenst aan Frankrijk, Luxemburg, Duitsland, Nederland en de Noordzee en bezit zo een staatsgrens van 1445,5 kilometer.

Het hoogste punt is het Signaal van Botrange op 694 meter en het hoogstgelegen dorp is Rocherath (een deelgemeente van Büllingen) op 655 meter.

Het geografisch middelpunt vormt Nil-Saint-Vincent.

Geschiedenis

Zie Geschiedenis van België en Jaartallentabel België voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.
De Belgische Revolutie van 1830, waarmee België onafhankelijk werd van Nederland

België werd in de prehistorie bevolkt door verschillende Keltische en Germaanse stammen, waaronder de Menapii, de Morinen, de Nerviërs en de Eburonen onder Ambiorix. In de Romeinse tijd werden de Keltische stammen in het gebied tussen Noordzee, Rijn, Seine en Marne (Zuid-Nederland, België, Noord-Frankrijk en delen van West-Duitsland) samen aangeduid met het woord Belgae. Hun woongebied Gallia Belgica maakte deel uit van het Romeinse Rijk en viel uiteen in een aantal feodale staten tijdens de Middeleeuwen.

Het grote Frankische Rijk na Karel de Grote werd verdeeld tussen Frankrijk en het Duitse Rijk. De Schelde gold als grens tussen de beide rijken. Een gebied waarin het huidige België kwam uiteindelijk in handen van de Habsburgers in de 15e eeuw (zie Habsburgse Nederlanden) en werd in 1795 overgenomen door de Fransen. Na de nederlaag van Napoleon te Waterloo in 1815 ging het land op in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, een grotere bufferstaat tegen het onrustige en revolutionaire Frankrijk. Met de Belgische Revolutie van 1830 scheidde België zich af en werd een onafhankelijke, constitutionele monarchie. De wapenspreuk van België luidt Eendracht maakt Macht. Deze eendracht sloeg in 1830 op de vereniging van de negen provinciën. De negen provinciewapens zijn dan ook vertegenwoordigd in het wapenschild van het land. Op 18 oktober 1908 verwierf België Belgisch Congo als kolonie. Daarvoor was Kongo Vrijstaat het persoonlijk bezit van koning Leopold II geweest.

België werd in de Eerste Wereldoorlog bijna helemaal bezet door Duitsland. Enkel een klein gebied achter de IJzer in West-Vlaanderen, waar koning Albert zijn troepen aanvoerde, bleef onder geallieerde controle. Tijdens de Tweede Wereldoorlog capituleerde koning Leopold na de Achttiendaagse veldtocht en werd heel het land bezet. In september 1944 werd het grootste deel van België door de geallieerden bevrijd. Na deze oorlog leidde de capitulatie door koning Leopold III tot de koningskwestie, waarbij zijn broer Prins Karel als regent fungeerde tot Leopold III in 1951 de macht overdroeg aan zijn zoon Boudewijn, die toen 21 was.

Etymologie

De eerste vermelding van "Belgae" komt uit de commentarii de bello Gallico van Gaius Julius Caesar: horum omnium fortissimi sunt Belgae[7]: van al de Galliërs zijn de Belgen de dappersten.

De naam "Belgae" is mogelijk afkomstig van het voor-Keltisch woord belo, wat "helder" betekent[8], en is verwant aan het Engelse woord bale ("baal", zoals in "bale-fire"), het Angelsaksische bael, het Litouwse baltas, wat "wit" of "schijnend/glanzend" (Cf. Baltische Zee) betekent, en het Slavische belo/bilo/bjelo/…, wat "wit" betekent, zoals Belarus ("Wit-Rusland"), en de stadsnamen van Beograd, Biograd, Bjelovar, enz., die allemaal "witte stad" betekenen. Ook de Gallische godennamen Belenos ("De Heldere") en Belisama (waarschijnlijk van dezelfde godheid; oorspronkelijk van belo-nos = "onze schijnende") komen mogelijk van dezelfde bron.

Een andere voorgestelde etymologie van de naam Belga(e): bel is een voor Indo-Europees woord voor "rond", "opgeblazen object", zoals in "balg" in de figuurlijke zin: cirkel, leger, alliantie, enzovoort. De affix -ga is het Gallisch voor "man", "krijger". Bel-gae zou dan betekenen: "mannen van de alliantie". De oorsprong van het woord zou dan Gallisch zijn. Deze betekenis zou dan passen bij de omschrijving van Caesar. Een andere uitleg van dezelfde woordstam zou volgens Pokorny zijn zoals in "gebelgd" en "verbolgen", dus een verwijzing naar de lichtgeraaktheid van de oude Belgen die om de geringste aanleiding met elkaar oorlog voerden[9][10].

Een andere voorgestelde etymologie van de naam Belga(e) is afkomstig van Bulgaar en van Volga. Volga was de benaming voor rivier door de stammen die langs de Volga woonden en er zijn aanwijzigen voor volksverhuizingen van daar naar Bulgarije en van daar naar België. Het zou in dat geval betekenen "land van rivieren"[11].

Bevolking

Zie Bevolking van België voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Talen

De Ijzertoren als symbool van de Vlaamse beweging

Officiële talen in België zijn:

  • Nederlands (ca. 60 procent van de bevolking)
  • Frans (ca. 40 procent van de bevolking)
  • Duits 74.000 sprekers in het uiterste oosten van het land[12].

Het Nederlands is de bestuurstaal in het Vlaams Gewest en staat op gelijke voet met het Frans in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De hoofdstad Brussel is dus officieel tweetalig, maar de grote meerderheid van de Brusselaars spreekt als eerste taal Frans. Het Frans is de officiële taal in Wallonië en Duits is de taal van de overheid in de Duitstalige gemeenschap, de oostelijke grensgemeenten met Duitsland in de provincie Luik.

De tussen Nederland en de overwegend Franstalige provincie Luik ingeklemde gemeente Voeren (in het Frans: Fourons) is een Nederlandstalige enclave. Het is een deel van Vlaanderen, met taalfaciliteiten voor de Franstalige minderheid. De stad Komen-Waasten (Frans: Comines-Warneton), gelegen tussen Frankrijk en de Vlaamse provincie West Vlaanderen, is sinds 1963 officieel een deel van Wallonië en dus Franstalig, met taalfaciliteiten voor de Nederlandstalige minderheid.

De taalgrens in België is ontstaan door de Romeinse heirbaan tussen Keulen en Bavay, die sinds de 4de eeuw als culturele grens fungeerde, en loopt ruwweg ten zuiden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De verfransing van Brussel, dat iets ten noorden van deze taalgrens ligt, is vooral het gevolg van grote inwijking na de industrialisering vanaf de 19de eeuw. Daarbij komt de eeuwenlange rol van Brussel als bestuurscentrum, met een Franstalige bovenlaag. Dat resulteerde in de verfransing van de oorspronkelijk grotendeels Nederlandstalige stad.

In de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw was het bestuur van België (onder andere wegens het cijnskiesstelsel) vrijwel volledig Franstalig, de toplaag kende nauwelijks of geen Nederlands. De eerste taalwetten, die bepaalde rechten voor Nederlandstaligen garandeerden, werden gestemd in 1873. Hiermee waren de landstalen nog niet gelijkwaardig. Zo zorgde de onderwijswet van 1876 er voor dat het middelbaar onderwijs in Vlaanderen tweetalig werd, maar niet in Wallonië.

Een eerste belangrijk keerpunt was de Eerste Wereldoorlog, waar de Vlaamse frontsoldaten met Franstalige officieren rechten opeisten onder de leuze "Hier ons bloed, wanneer ons recht?". Ook de na deze oorlog opgetrokken IJzertoren met het opschrift AVV-VVK (Alles voor Vlaanderen - Vlaanderen voor Kristus) drukt een Vlaamse bewustwording uit. Dit gelijkwaardig stellen gebeurde pas met de taalwet van 1932, toen het middelbaar onderwijs eentalig werd: Nederlands in Vlaanderen, en Frans in Wallonië.

De reële toepassing van de gelijke rechten voor taalgroepen in overheid, onderwijs en rechtspraak verliep echter traag, soms onwillig en vaak slechts na aandringen en actievoeren. Dit is mee de katalysator geweest voor een centrifugale beweging in het unitaire België. Die werd bij de oprichting van het Centrum Harmel (genoemd naar politicus Pierre Harmel) in 1948 voor het eerste officieus erkend.

In 1963 werd de taalgrens wettelijk vastgelegd. Dit bepaalde dat het Frans of het Nederlands de bestuurstaal werd van gemeenten en provincies. Enkele gemeenten langs de taalgrens veranderden daarom van provincie en kregen soms ook faciliteiten voor Franstalige, Nederlandstalige of Duitstalige inwoners.

Een snelle wending ontstond door Leuven Vlaams in 1968. Acties van -onder meer- studenten dwongen de katholieke bisschoppen om de Katholieke Universiteit Leuven te splitsen. In 1970 werd een nieuwe Franstalige Université Catholique de Louvain opgericht, bekend als Louvain-la-Neuve te Ottignies, ten zuiden van de taalgrens. De prestigieuze universitaire bibliotheek werd verdeeld.

Daarnaast worden er in België sterk van elkaar verschillende dialecten en streektalen gesproken:

  • In Vlaanderen spreekt men verschillende dialecten van de Nederlandse taal, zoals het West-Vlaams, Oost-Vlaams, Brabants, Limburgs en Kempens, met in steden vaak typische stadstalen, zoals het Gents, Antwerps, Brugs of Leuvens. Dialecten hebben echter in Vlaanderen geen officiële status. Sommige sprekers van "Nederlandse" dialecten bij de taalgrens, bijvoorbeeld in Brussel en in de Voerstreek, beschouwen zichzelf als "Franstalig" omdat ze naast hun dialect het Frans als (belangrijkste) cultuurtaal gebruiken. Zie verder: Nederlandse dialecten, Regionale verschillen in het Nederlands.
  • In Wallonië wordt door een deel van de bevolking ook een taal gesproken die als afzonderlijke streektaal is erkend. Het Waals is de belangrijkste, voor deze taal is geprobeerd een genormaliseerde spelling te vormen. Ook het Waalse volkslied was oorspronkelijk in het Waals. Buiten het Waals bestaan er nog enkele andere lokale en erkende streektalen, namelijk het Picardisch in het westen van Wallonië, Gaumais of Lotharings in het zuiden van Belgisch Luxemburg, het Champenois en het Letzeburgs rond de Luxemburgse provinciehoofdstad Aarlen. Het Waals wordt ook wel Patois (Plat) genoemd.

Godsdiensten

Zie ook: Belgische Kerkprovincie.

België is traditioneel een Rooms-katholiek land, de vele vaak merkwaardige kerken en kathedralen getuigen daarvan. Toch mag niet worden vergeten dat de Zuidelijke Nederlanden de bakermat zijn geweest van de Tachtigjarige Oorlog, waarbij gepoogd werd om de grote macht van instituut Kerk terug te dringen en haar invloed op het landsbestuur tegen te gaan. De Contrareformatie, de katholieke restauratie-beweging vanaf de 16e tot de 18e eeuw, had een enorme invloed op het dagelijkse leven in de Belgische gewesten. Religieuze en politieke oppositie tegen de macht van de kerkelijke hiërarchie is sindsdien blijven bestaan, vanaf de Bosgeuzen tot het Laïcisme.

Het -wekelijkse- kerkbezoek in België is sinds de jaren 1960 drastisch gedaald en bedraagt anno 2008 minder dan 7 procent volgens een artikel (mei 2008) in het christelijke opinieweekblad Tertio naar aanleiding van het aanstaande leeftijdsontslag (75 jaar) van kardinaal Danneels. In Vlaanderen ligt het kerkbezoek hoger dan in de overige landsgedeelten: volgens cijfers van de Katholieke Kerk zelf bedroeg het kerkbezoek 12,7 procent in 1998 tegen 11,2 procent voor België[13] en volgens een studie van de Katholieke Universiteit Leuven ging 9 procent van de Vlamingen wekelijks naar de kerk in 2006[14]. Dit laatste rapport meldt, dat de jaarlijkse daling van de kerkpraktijk in Vlaanderen 0.5 procent bedraagt. Dit zou betekenen dat anno 2008 het kerkbezoek in Vlaanderen 8 percent bedraagt, nog steeds hoger dan het gemiddelde (onder 7 procent) voor België. Huwelijken, begrafenissen en doopplechtigheden gebeuren toch nog dikwijls in de kerk.

De rest van de Belgen is of niet meer praktiserend, of agnost, atheïst, vrijzinnig (ca. 28 procent), moslim (ca. 4 procent), protestants (ca. 1 procent) of joods (minder dan 1 procent). België onderhoudt diplomatieke contacten met het Vaticaan en is bestuurlijk ingedeeld in acht bisdommen en een militair ordinariaat. De Heilige Jozef is de beschermheilige van België.

Beroemd zijn Belgische missionarissen, zoals Peter van Gent in Mexico, Pater Damiaan bij de melaatsen in Molokai, Joos de Rijcke in Ecuador, Ferdinand Verbiest in China en nu nog Jeanne De Vos in India. Priester Adolf Daens en kardinaal Jozef Cardijn waren katholieke geestelijken die zich voor de arbeiders-emancipatie hebben ingezet en daarbij geen conflicten schuwden met conservatieve vertegenwoordigers van de kerkelijke hiërarchie.

Samenstelling

De Belgen hebben nog steeds de reputatie van bescheiden en gematigd. Vooral de Vlamingen gaan door voor harde werkers. De productiviteit van de Belgische werknemers[15] is een van de hoogste ter wereld.

De Belgen staan er ook om bekend dat ze "een baksteen in hun maag hebben". Ze investeren aanzienlijke bedragen in een eigen -liefst zelfgebouwde- woning, maar aangezien de bouwgronden alsmaar schaarser worden (de bevolkingsdichtheid bedraagt 349,4/km² (2008)), beleeft de renovatiesector gouden tijden.

De gezinsgrootte in België is de laatste tijd weer licht gestegen. De vruchtbaarheidsgraad ligt op 1,79 kinderen per vrouw waardoor België minder geconfronteerd wordt met een verouderende bevolking dan andere landen in Europa.[16]: 15 procent is ouder dan 65 jaar. De levensverwachting ligt op 75 jaar voor de mannen en 81 jaar voor de vrouwen.

De kwaliteit van de Belgische gezondheidszorg behoort tot de beste ter wereld en volgens een enquête vindt bijna 80 procent van de Belgen dat ze in zeer goede gezondheid verkeren.

Wat de levensstandaard betreft zijn er ongelijkheden tussen de inwoners van de verschillende gewesten; het Vlaams Gewest is financieel gezien rijker dan Wallonië [17].

De Belgische bevolking bestaat voor bijna een miljoen uit immigranten[18]. Een eerste grote golf inwijkelingen waren Italianen die in Wallonië en Limburg in de mijnen kwamen werken. De politicus Elio Di Rupo stamt daarvan af. Na de Mijnramp van Marcinelle in 1956 leverde Italië geen gastarbeiders meer en volgde een nieuwe golf Marokkanen en Turken die vanaf de jaren 1960 de tekorten op de arbeidsmarkt kwamen invullen. Bovendien woont er ook een gemeenschap uit de vroegere kolonie Congo vooral in de Matonge-wijk te Brussel.

Groei

  • Opmerking: inwoneraantal x 1000
  • Bron:NIS - Opm:1846 t/m 1970=volkstellingen; vanaf 1980= inwoneraantal op 1 januari

België telde 10.666.866 inwoners op 1 januari 2008.[19] Het Vlaams Gewest telt daarvan 6,1 miljoen, het Waals Gewest 3,4 miljoen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ruim 1 miljoen.[20]

In vergelijking met andere Europese landen is de Belgische bevolking traag gegroeid: 4,5 miljoen in 1850, bijna 7 miljoen in 1900, 10,2 miljoen in 2000.[21] Ter vergelijking: de Nederlandse bevolking groeide van een derde minder (3 miljoen in 1850) tot meer dan de helft meer (16 miljoen in 2000).

Politiek

De politiek in België wordt geregeld beheerst door geschillen tussen de twee grote gemeenschappen. De gewijzigde staatsstructuur volgt uit dit gegeven. Andere klassieke tegenstellingen, zoals sociaal-economische verschillen en de tegenstelling klerikaal-antiklerikaal hebben in dit opzicht ogenschijnlijk aan belang ingeboet.

Het verschil in taal weerspiegelt ook een verschil in cultuur en traditie: germaanse in het noorden, romaanse in het zuiden. Dit uit zich ook in politieke verschillen: de christendemocraten zijn naar verhouding sterker in (landelijk) Vlaanderen dan in (geïndustrialiseerd) Wallonië, voor de sociaaldemocraten geldt het omgekeerde. Vroeger lag het economisch zwaartepunt van het land in Wallonië met haar mijnen en zware industrie, maar sinds de jaren 60 is de Waalse industrie verouderd en in krisis, het economisch belang van Vlaanderen groeide door zijn havens, Kleine en Middelgrote Ondernemingen (KMO's) en de constante groei van de dienstensector.

Brussel, de belangrijkste stad van het land, vormt de inzet van veel twisten. Brussel is historisch een Vlaamse stad en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt volledig ingesloten door het Vlaams gewest. Brussel is de hoofdstad van Vlaanderen maar ook van de Franstalige gemeenschap. In theorie is Brussel tweetalig, maar in de praktijk hoofdzakelijk Franstalig. Zoals elke grote stad deint Brussel verder uit naar de Vlaamse Rand, die bij het Vlaams Gewest hoort. Dat zorgt voor politieke communautaire spanningen, die hoog op kunnen lopen.

Kenmerkend voor België was de wafelijzerpolitiek als middel om spanningen af te kopen, al dan niet in communautaire kwesties. Wafelijzerpolitiek kwam erop neer, dat voor elke overheidsinvestering op één plaats een overeenkomstige investering bij de concurrent moest staan of omgekeerd. Voorbeeld is het groots ogende Hellend vlak van Ronquières in ruil voor de uitbreiding van de haven van Brugge-Zeebrugge.

Een heet hangijzer is recentelijk de kwestie Brussel-Halle-Vilvoorde. Volgens het Grondwettelijk Hof is het handhaven van deze oude kiesomschrijving ongrondwettig. Vlaamse politici willen B-H-V opsplitsen in het tweetalig Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Nederlandstalige Halle-Vilvoorde, dat in het kiesdistrict Vlaams-Brabant zou opgaan. Ze weigeren verontwaardigd in te gaan op Franstalige eisen ter compensatie, zoals uitbreiding van Brussel of meer taalfaciliteiten in de Vlaamse Rand rond de hoofdstad. Bijzonder verlammend werkten daarbij de tactische blunders en het electoraal opbod in beide kampen. Politici uit beide gewesten kennen elkaar niet goed meer, waardoor constructieve onderhandelingen moeilijker worden.

Staatsstructuur

Zie Overheid van België voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Het koninklijk paleis te Brussel

Na een revolutionaire opstand heeft België zich op 4 oktober 1830 onafhankelijk gemaakt van Nederland. Een poging om opnieuw aan te sluiten bij Frankrijk mislukte, (zie rattachisme). België koos voor onafhankelijkheid met een koning aan het hoofd. Dit werd, onder Engelse druk, een Duitse vorst die verwant was aan het Britse koningshuis, Leopold van Saksen-Coburg-Gotha. Zijn zoon Leopold II die de kolonie Belgisch Congo schonk aan België, koning-ridder Albert, de in de koningskwestie omstreden Leopold III, de bij de bevolking geliefde[22] Boudewijn en momenteel diens broer, koning Albert II. België is sinds eind 20ste eeuw een federaal land en een constitutionele monarchie met aan het hoofd een koning die formeel weinig politieke macht bezit, maar in de praktijk genoeg ervaring kan opbouwen om informeel politieke invloed uit te oefenen.

Op 7 februari 1831 was de grondwet[23] de liberaalste ter wereld. In de tweede helft van de 20e eeuw was België verworden tot een in meerdere opzichten verzuild en verdeeld land, waar politieke leiders onderling formele en informele macht konden verdelen en waar een voedingsbodem ontstond voor schandalen en schandaaltjes.

De Belgische politiek werd opgezadeld met diverse schandalen waarop niet onmiddellijk een afdoend antwoord kon worden geformuleerd: de Agusta-zaak, de Bende van Nijvel, de ontvoering van oud-premier Paul Vanden Boeynants, de moord op André Cools en de zelfmoord van Alain Van der Biest. Het systematisch falen van de orde- en rechtshandhaving werd erg duidelijk na de arrestatie van Marc Dutroux en wekte verontwaardiging in heel het land. Reorganisatie van Gerecht en Politie drongen zich op. (Zie hieronder: Politie.)

Defensie

Zie Defensie van België voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Belgisch leger is een beroepsleger: de dienstplicht is afgeschaft. Het leger bestaat uit een landmacht, een luchtmacht, een zeemacht en een medische component. De zeemacht legt zich vooral toe op mijnenvegen. De luchtmacht bezit F-16 gevechtsvliegtuigen, transportvliegtuigen en Agusta A109 helikopters. De landmacht beschikt over Leopard tanks. De medische component is gespecialiseerd in behandeling van brandwonden, vooral in het militair hospitaal van Neder-over-Heembeek. De elite-eenheid zijn de paracommando's, die een aantal keren actief waren in Kongo. Het Belgisch leger is ingepast in de NAVO en heeft deelgenomen aan operaties in Bosnië, Kosovo, Libanon en Afghanistan. Belgische paracommando's werden ontwapend en vermoord tijdens hun inzet als blauwhelm in Rwanda.

Politie

Wagen van de lokale politie te Antwerpen
Zie Politie in België voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Sedert de politiehervorming die in België werd doorgevoerd (wet van 7 december 1998) bestaat er nog maar één politiedienst, namelijk een "geïntegreerde politie gestructureerd op twee niveaus". Die twee niveaus bestaan uit een federale politie en een lokale politie – die onderling communiceren via welbepaalde kanalen. De vroegere politiediensten (gemeentepolitie, gerechtelijke politie, rijkswacht, ...) werden alle afgeschaft. Dit was een gevolg van de zaak Marc Dutroux van ontvoerde en vermoorde meisjes, waarbij de toen nog versnipperde politiediensten weinig efficiënt bleken.


Federalisering

Het Belgische federalisme is voor niet-ingewijden ingewikkeld en onoverzichtelijk, omdat het unitaire kenmerken vertoont (gewesten zijn -nog steeds- grotendeels financieel afhankelijk van de federale fiscus) en tegelijk confederalistische trekken heeft (politici moeten zich -steeds meer- tot een uitsluitend Vlaams of Franstalig kiespubliek richten). Langzamerhand groeide de opinie dat de tweeledige maatschappelijke structuur van België geen unitaire politieke structuur meer verdraagt. België werd daarom steeds verder gedecentraliseerd in een vijftal staatshervormingen (1970, 1980, 1988-89, 1993 en 2001-2003) officieel in 1993 een federale staat te worden, met een zogenaamd 'bipolair' federalisme).

Drie Gewesten: het Vlaams (geel), Waals (rood) en Brussels (blauw)
Drie Gemeenschappen: de Vlaamse (geel), de Franstalige (rood) en de Duitstalige (blauw)

Dit federalisme, met als architect Wilfried Martens, loodgieter Jean-Luc Dehaene, federalist Hugo Schiltz, regionalist Guy Spitaels en de controversele politicus Jean Gol kenmerkt zich door verschillende overheidslagen, elk met eigen verkozen volksvertegenwoordiging en regering:

Federaal
De federale overheid is bevoegd voor defensie, buitenlandse zaken, economische en monetaire unie, pensioenen, ziekteverzekering... heeft het federaal parlement als wetgevende macht en de federale regering als uitvoerende macht.
Drie Gewesten
Vlaams Gewest (olijfgroen), Waals Gewest (rood), Brussels Hoofdstedelijk Gewest (blauw) De gewesten zijn bevoegd voor aan het grondgebied gerelateerde materies: ruimtelijke ordening, milieu, landbouw, huisvesting, energie, werkgelegenheid, openbare werken en vervoer, economie en buitenlandse handel, toezicht op gemeenten en provincies en ontwikkelingssamenwerking. Elk gewest heeft een parlement als wetgevende macht en een regering als uitvoerende macht.
Drie gemeenschappen
Nederlandstalig (olijfgroen), Franstalig (rood), Duitstalig (blauw). De gemeenschappen gaan over persoonsgebonden materies: culturele aangelegenheden, sport, onderwijs, onderzoek, gezondheid, welzijn en taalgebruik. Elke gemeenschap heeft een gemeenschapsraad als wetgevende macht en een gemeenschapsregering als uitvoerende macht.

De Vlaamse gemeenschap en het Vlaams gewest hebben een gemeenschappelijk parlement en regering, beide met zetel te Brussel. De Brusselse leden van het Vlaamse parlement mogen echter niet meestemmen over Vlaamse gewestaangelegenheden.

In Franstalig België ligt het ingewikkelder: het Waals Gewest, de Franstalige Gemeenschap (Wallonië met Franstalig Brussel). De Franstaligen beslisten om hun afzonderlijke bestuursorganen nl. het Waals gewest (zetel te Namen) en de Franse Gemeenschap (zetel te Brussel) gescheiden te houden.

De Duitstalige Gemeenschap heeft haar eigen parlement en deelregering (zetel Eupen).

Het meest gecompliceerd: in het Brussels Hoofdstedelijk gewest is het Brusselse parlement en deelregering (zetel Brussel) bevoegd voor gewestmateries, en zijn de Nederlandstalige en Franstalige gemeenschappen elk bevoegd voor de eigen gemeenschapsmateries, via de Vlaamse, respectievelijk Franstalige gemeenschapscommissies en hun uitvoerende organen (colleges). Voor zaken die beide gemeenschappen aangaan, is in Brussel de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie (en college) bevoegd.

Gewesten en gemeenschappen kunnen decreten of (in het Brussels Hoofdstedelijk gewest) ordonnanties uitvaardigen die kracht van wet hebben in het eigen gewest of de eigen gemeenschap. Een bijzonder rechtscollege, het Grondwettelijk Hof, waakt erover dat de wetgeving van de federale regering, de gemeenschappen en gewesten de bevoegdheidsverdeling tussen deze verschillende entiteiten eerbiedigt. Het Grondwettelijk Hof kan wetsbepalingen vernietigen die deze bevoegdheidsverdeling schenden.

Het pijnpunt vormen de financies. Nu gebeurt er langs het federaal niveau door sociale zekerheid, investeringen, spoorwegen enz. een netto transfer van geld van noord naar zuid. Bij overheveling van meer bevoegdheden naar de gemeenschappen / gewesten en ook de financiering ervan zou de solidariteit tussen noord en zuid in het gedrang komen.

De hoofdstad van Vlaanderen is Brussel, de hoofdstad van Wallonië is Namen. Brussel is ook de hoofdstad van Franstalige Gemeenschap. De hoofdstad van de Duitstalige gemeenschap is Eupen.

Parlementen

De zes parlementen tellen samen 537 verschillende leden:

  1. Federaal Parlement van België (Kamer 150 leden en Senaat 74 leden)
  2. Vlaams Parlement (124 leden)
  3. Waals Parlement (75 leden)
  4. Brussels Hoofdstedelijk Parlement (89 leden)
  5. Parlement van de Franse Gemeenschap (Parlement de la Communauté française de Belgique) (94 leden, namelijk de 75 leden van het Waals Parlement en de 19 Franstalige leden van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement)
  6. Raad van de Duitstalige gemeenschap (25 leden)

Regeringen

Zie Lijst van Belgische nationale regeringen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De zes regeringen tellen samen 49 ministers en 10 staatssecretarissen:

  1. Federale regering (15 ministers en 7 staatssecretarissen)
  2. Vlaamse regering (10 ministers)
  3. Waalse regering (9 ministers)
  4. Brusselse Hoofdstedelijke Regering (5 ministers en 3 staatssecretarissen)
  5. Regering van de Franse Gemeenschap (6 ministers)
  6. Regering van de Duitstalige Gemeenschap (4 ministers)

Provincies

Zie Provincies van België voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De vijf Vlaamse provincies met rechts onderaan de Voerstreek

Het Vlaams Gewest (Vlaanderen) is ingedeeld in 5 provincies:

  1. Antwerpen (hoofdstad Antwerpen)
  2. Limburg (hoofdstad Hasselt)
  3. Oost-Vlaanderen (hoofdstad Gent)
  4. Vlaams-Brabant (hoofdstad Leuven)
  5. West-Vlaanderen (hoofdstad Brugge)
De vijf Waalse provincies met links bovenaan Komen-Waasten

Ook het Waals Gewest (Wallonië) telt 5 provincies:

  1. Waals-Brabant (hoofdstad Waver)
  2. Henegouwen (met als hoofdstad Bergen)
  3. Luik (hoofdstad Luik)
  4. Luxemburg (hoofdstad Aarlen)
  5. Namen (hoofdstad Namen)

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoort tot geen enkele provincie.

De provincies bestaan weer uit diverse arrondissementen. Aan het hoofd van elke provincie staat een gouverneur. De provinciale besturen hebben evenwel weinig gewicht. Hun bestaan wordt soms in vraag gesteld. Een van de taken van de provinciegouverneur is het coördineren van de hulpverlening bij rampen van grote omvang (bijvoorbeeld chemische ongelukken in de havens). Ook het besturen van belangrijke milieuzaken zoals kernenergie behoort tot zijn taken.

Elke Belgische gemeente heeft een gemeenteraad als wetgevende macht en een College van burgemeester en schepenen als uitvoerende macht, met als hoofd de burgemeester.

Politieke partijen en bewegingen

Zie Lijst van Belgische politieke partijen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Als gevolg van de steeds sterker wordende tegenstellingen tussen Vlamingen en Franstaligen zijn de unitaire partijen in de jaren zestig en zeventig, dus nog voor België een federale staat werd, één voor één uit elkaar gevallen in aparte Vlaamse en Franstalige partijen: christendemocraten (CD&V; CDH), socialisten (SP-A; PS), liberalen (VLD; MR) en groenen (Groen!; Ecolo). België is daardoor een federaal land zonder federale politieke partijen, een unicum in de wereld en volgens een groeiend aantal mensen ook een risico voor het voortbestaan van het land.

In België zijn er nationalistische of taalpartijen. Uit het Vlaams-nationalisme zijn na het Egmontpact in 1977 en het uiteenvallen van de Volksunie in 2001 de partijen Vlaams Blok, N-VA en Spirit voortgekomen.

Toen de vzw's die de organisatie en de financiën van Vlaams Blok beheerden, veroordeeld[24] werden voor racisme, is de partij omgedoopt tot Vlaams Belang. Het Vlaams Belang geldt als uiterst rechts, net als de nieuwe partij Lijst Dedecker van Jean-Marie Dedecker, die in 2006 uit de VLD was gezet. Vlaams Belang en N-VA streven de onafhankelijkheid van Vlaanderen na en worden daarom separatistisch genoemd.

De voornaamste Franstalige taalpartij is het FDF dat opkomt voor de belangen van de Franstalige Brusselaars. Het FDF maakt tegenwoordig deel uit van het liberale MR.

Na de verhoging van de kiesdrempel in 2000 kwam de trend om versnippering tegen te gaan door vorming van kartels. Zo ontstond SP-A-Spirit, (tegenwoordig heet Spirit VlaamsProgressieven), VLD-Vivant (Vivant is intussen opgegaan in de Open VLD), CD&V-NV-A (het Vlaams kartel, inmiddels uiteengevallen). Groen! weigerde in 2004 om met SP-A mee in het kartel te stappen. Lijst Dedecker wilde geen gesprek meer met het Vlaams Belang en anderen over de vorming van een rechts front, een Forza Flandria.

Een bijkomende verwikkeling vormt de asymmetrie tussen Vlaanderen en Wallonië. Wallonië heeft een langere industriële geschiedenis, waardoor de socialistische PS er traditioneel sterk staat, sterker dan de Vlaamse socialisten van de SP-A. Vlaanderen kent een traditie van landbouw en katholicisme, waardoor de CD&V veel sterker is dan Franstalige zusterpartij CDH.

Europa

Binnen België groeien de tegenstellingen langs de taalgrens. Eerder hebben Belgische politici nochtans wezenlijk bijgedragen aan de Europese eenmaking. In 1921 ging België samenwerken met Luxemburg in de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en vanaf 1944 met Nederland en het Groothertogdom in de Benelux. Vooral Paul Henri Spaak heeft bijgedragen tot de EGKS, wat later de EEG en de EU werd. Brussel huisvest het Europees Parlement en de Europese Commissie in het Berlaymontgebouw. Zo ook herbergt België te Evere het hoofdkwartier van de NAVO en te Casteau de Supreme Headquarters Allied Powers Europe.

Economie

Staalindustrie bij Luik
Zie Economie van België voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De economie van België is gebaseerd op diensten, vervoer en handel. Het belang van de industrie neemt steeds meer af. De mijnbouw is sinds de laatste mijn sloot in 1991, stopgezet. De productie van staal, chemische producten en cement waren traditioneel geconcentreerd in de valleien van Samber en Maas, in de Borinage rond Bergen, Charleroi, Namen en Luik en in het Kempens Steenkolenbekken. Luik en Charleroi zijn nog steeds staalcentra, maar de nieuwere metaalbedrijven zijn vooral ingeplant rond de havensteden Antwerpen, Gent en Brugge. De chemische producten omvatten meststoffen, kleurstoffen, geneesmiddelen en plastieken; de petrochemische industrie is geconcentreerd dichtbij de olieraffinaderijen van Antwerpen.

De textielproductie, die in de Middeleeuwen begon, omvat katoen, linnen, wol en kunstvezels; tapijten en dekens zijn belangrijke vervaardigde producten. Gent, Kortrijk, Doornik en Verviers zijn allen textielcentra; Mechelen, Brugge en Brussel zijn beroemd vanwege hun kant. Andere industrieën omvatten diamantslijperij (Antwerpen is een belangrijk diamantcentrum), cement en glasproductie, en de verwerking van leer en hout. Meer dan 55 procent van de elektriciteit van België wordt opgewekt uit kernenergie.

De Belgische industrie hangt af van de invoer voor zijn grondstoffen. Het meeste ijzer kwam uit het bassin van Lotharingen in Frankrijk, terwijl de non-ferro metaalproducten van uit de koloniën ingevoerde grondstoffen worden gemaakt, waaronder zink, koper, lood en tin.

De uitvoer (handel) omvat ijzer en staal, vervoersapparatuur, tractoren, diamanten en aardolieproducten. De industriële centra zijn met elkaar en met de belangrijkste havens, Antwerpen, Brugge-Zeebrugge en Gent, verbonden door de rivieren de Maas en de Schelde en hun zijrivieren, door een netwerk van kanalen (in het bijzonder Albertkanaal, het kanaal Gent-Terneuzen en het Boudewijnkanaal), en door een uitgebreid spoorwegsysteem.

België heeft veel vruchtbare en goed bewaterde grond, hoewel de landbouw een steeds kleiner percentage arbeidskrachten vertegenwoordigt. De belangrijkste gewassen zijn maïs, tarwe, haver, rogge, gerst, suikerbieten, aardappels en vlas. Rundvee en varkens evenals de zuivelproductie (vooral in Vlaanderen) zijn ook belangrijk. Het verwerkte voedsel omvat suiker vooral te Tienen, kaas en andere zuivelproducten; bier onder meer te Leuven en andere dranken worden ook vervaardigd.

Belangrijker dan landbouw is wellicht intensieve tuinbouw en fruitteelt, ook voor export, zowel in serres, ooit begonnen in het glazen dorp Hoeilaart, als in volle grond: Witlof, Spruiten, Asperges, Sla, Tomaat, Aardbeien en dies meer. Zo spreekt men in het Engels van "Brussels sprouts" en van "Belgian endives" en kent men in het Duits "Brüsseler". De veilingen van Sint-Katelijne-Waver en van Hoogstraten zijn internationaal bekend. Ook hier speelt het wegennet een belangrijke rol om de geveilde waren snel naar de verbruikers te vervoeren.

De munteenheid is sinds 1 januari 2002 de gemeenschappelijke Europese munt euro (EUR) het enige wettelijke betaalmiddel. Voordien was dit de Belgische frank (BEF). Deze was reeds sinds 1 januari 1999 gekoppeld aan de gemeenschappelijke Europese munt. (1 euro = 40.3399 BEF) Van 1926 tot 1946 is er ook als munt de Belga geweest, die een waarde had van vijf BEF. Deze benaming was niet populair en werd in 1946 afgeschaft.

Verkeer

Zie Vervoer in België voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

België is een internationaal knooppunt voor goederen- en personenvervoer, met een uitgebreid wegennet van autosnelwegen en expreswegen. Het spoorwegennet wordt geëxploiteerd door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS). De eerste trein op het Europese vasteland reed in 1835 van Mechelen naar Brussel. De belangrijkste andere maatschappijen voor openbaar vervoer zijn de Vlaamse De Lijn, de Brusselse MIVB en de Waalse TEC. Die drie netten sluiten nauwelijks op elkaar aan, zodat versnippering ook hier de efficiëntie niet ten goede komt.

De haven van Antwerpen is op Rotterdam na de grootste van Europa. Ook de haven van Brugge-Zeebrugge en de haven van Gent zijn belangrijke goederenhavens. Zeebrugge geldt als 's lands grootste passagiershaven, Europa's belangrijkste roro- en aardgashaven en 's werelds belangrijkste autohaven. Daarnaast heeft ook de haven van Oostende een aanzienlijk betekenis als roro-haven. Zeebrugge is de belangrijkste Belgische vissershaven, gevolgd door Oostende en Nieuwpoort. Brussel en Luik hebben belangrijke binnenhavens.

Er zijn civiele luchthavens bij Brussel (Zaventem), Charleroi (Gosselies), Antwerpen (Deurne), Luik (Bierset) en Oostende.

Media

Zie ook: Communicatie in België.
De gezamenlijke zendmast van VRT en RTBF te Brussel

De Nederlandstalige en Franstalige openbare omroepen zijn gevestigd te Brussel in hetzelfde complex aan de Reyerslaan. Voor de Nederlandstaligen is dat de VRT: Vlaamse Radio en Televisie. Voor de Franstaligen is dat de RTBF: Radio Télévision Belge Francophone. (Bemerk de verwijzing naar België in de Franstalige benaming en de afwezigheid ervan in de Vlaamse benaming.) Daarnaast zijn er commerciële TV-stations als VTM, VT4, Kanaal2 aan Vlaamse kant en RTL aan Franstalige kant. De openbare omroepen zenden elk verschillende radioprogramma's uit en krijgen steeds meer concurrentie van privé-zenders. Daarnaast zijn er erkende vrije radio's. De regeling daarvan gebeurt per taalgemeenschap, wat rond Brussel voor problemen zorgt omdat sommige FM programma's van de ene taalgroep die van de andere taalgroep met een groter vermogen verdringen. Er bestaan tientallen kranten en tijdschriften in de drie talen. Er zijn tien Vlaamse kranten waarvan die met de grootste oplage die van het Het Laatste Nieuws is. Er verschijnen 18 Franstalige kranten, waarvan het Brusselse Le Soir de bekendste is. Voor de Duitstalige gemeenschap is er Grenz-Echo.

Toerisme

Zie ook het hoofdartikel Toerisme in België en Belgische monumenten op de Werelderfgoedlijst.

De kunststeden Brugge, Gent, Antwerpen, Mechelen en Brussel trekken toeristen voor hun historische gebouwen, begijnhoven, architectuur en musea onder meer het Plantin-Moretusmuseum als werelderfgoed. Vooral de Art nouveau van onder meer Horta is uniek. Typische trekpleisters voor toeristen te Brussel zijn het atomium overgebleven van Expo 58 en Manneke Pis. Japanse toeristen bezoeken dikwijls Brugge, Antwerpen en... Hoboken, vanwege het in Japan populaire boek Een hond van Vlaanderen. De kust trekt badgasten voor het strand, de zee en fietstochten. In Limburg werd in 2006 het eerste Vlaamse Nationaal Park geopend, door steeds meer toeristen ontdekt als fiets- en wandelgebied. Het